'Nu kunnen we mekaars leven delen'
'Nu kunnen we mekaars leven delen'
© Marc Herremans - Corelio
Wilfried Martens (72) en Miet Smet (65) over hun huwelijk —
foto's Marc Herremans
Ze hebben hun liefde voor mekaar heel lang verborgen moeten houden, maar nu kunnen ze volop tonen hoezeer ze van elkaar houden. Wilfried Martens (72) en Miet Smet (65) stralen van geluk: 'Dat we dit op onze leeftijd mogen meemaken, is toch formidabel?'
De prachtige herenwoning van Smet, aan de rand van de Durme in Lokeren, staat vol bloemen. 'En dan liggen er in de bloemenwinkel nog zoveel boeketten te wachten', vertelt Smet. 'Ze leveren die wat later, zodat we er langer van kunnen genieten.' De late nazomer met stralende zon onderstreept het geluk van het jonggehuwde paar. 'Ook onze korte vakantie in de Provence was uitermate zonnig. Elke dag 24 à 25 graden. Wat wil je nog meer?'
U hebt genoten van uw huwelijksreisje?
Smet: 'We waren vijf dagen in Apt, in de Lubéron, waar ik een buitenverblijf heb. Wilfried zat 's morgens wel op de computer te tokkelen in plaats van naar zijn vrouw te kijken. (lacht luid) Gelukkig werk ik graag in de tuin. En 's namiddags gingen we wandelen, boodschappen doen, vrienden bezoeken.'
Zijn jullie daar geen nieuwsgierige Vlamingen tegengekomen?
Martens: 'Dat was alleen een probleem in de weken voor ons huwelijk. We wilden dat zo lang mogelijk vertrouwelijk houden. We zijn deze zomer gaan fietsen in Denemarken. Als we daar Belgische nummerplaten tegenkwamen, waren we meteen op onze hoede. Op een boot kwamen we zelfs fietsers tegen uit mijn geboortestreek, uit Oosteeklo.'
Smet: 'We zorgden ervoor dat ze ons niet zagen. Achteraf hoorde ik van mensen dat ze ons in Kopenhagen hadden gezien, terwijl we daar niet eens geweest zijn!'
Vielen de reacties op uw huwelijk mee?
Martens: 'Absoluut. Negatieve opmerkingen hebben we niet gekregen. De hoofdtoon was: u hebt ons opnieuw verrast. Mark Eyskens reageerde onmiddellijk, per e-mail: dat de liefde transcendent was.'
Smet: 'Prachtig was dat!'
Martens: 'Jos Chabert zei me gisteren: dit keer gaat het toch zeer goed gaan zeker? En Charles-Ferdinand Nothomb schrijft blijkbaar aan een brief die zo lang is dat hij hem nog niet op de bus heeft kunnen doen. Ongelooflijk, en dan nog met Miet Smet, zei Nothomb mij!' (lachen uitbundig)
Smet: 'Ik denk dat we in totaal 600 à 700 sms'jes, e-mails en kaartjes hebben gekregen. Allemaal zeer sympathiek, ook van gewone mensen. De giftige reacties lazen we wel in de pers.'
In lezersbrieven werd vaak de vraag gesteld wat er nog overblijft van de C in CD&V als een van de christen-democratische kopstukken drie keer huwt. Begrijpt u dat?
Martens: 'Ik ben geen pleitbezorger van de echtscheiding, integendeel. Een echtscheiding is een schipbreuk. Ik blijf rooms-katholiek gelovig, en mijn echtscheiding heeft niks te maken met mijn geloof in God. In de mis ga ik niet meer te communie omdat ik me wil houden aan de afgesproken regels, ook al heeft kardinaal Danneels gezegd dat zoiets voor elk gescheiden mens een persoonlijke beslissing is. Ook sommige kerken - andere dan de rooms-katholieke - hebben aanvaard dat een huwelijk op een bepaald ogenblik niet meer bestaat. Het is heel belangrijk dat men ondanks die schipbreuk een reddingsboei vindt en opnieuw van start kan gaan. Die openheid en vrijheid pas ik nu toe.'
Smet: 'Ik heb er begrip voor dat sommige mensen opmerkingen maken. Veel oudere mensen stammen uit een tijd dat rond het mislukken van een relatie een groot taboe heerste. Zij hebben zich aan de toenmalige regels gehouden, en zien nu dat een aantal mensen een andere oplossing zoekt. Ik kom uit een gezin waar nog echtscheidingen hebben plaatsgevonden, en mijn moeder heeft zich daar uiteindelijk ook aan aangepast. Ik blijf ook rooms-katholiek. Ik kan niet anders. Ik kan mijn cultuur, mijn opvoeding en mijn geloof niet verlaten.'
Martens: 'Ik acht het heel belangrijk dat na mijn tweede huwelijk in de regelingsakte voor de scheiding het co-ouderschap is ingeschreven, wat betekent dat ik verantwoordelijkheid blijf dragen voor mijn kinderen. Ik heb mijn kinderen deze week iedere werkdag gezien. Ik heb nog altijd een appartement vlak naast hen in Brussel.'
Jullie hadden elkaar meer dan tien jaar niet gezien of gesproken. Hoe hebben jullie het contact hersteld?
Martens: 'Mijn echtscheiding is uitgesproken in oktober 2007. Ik heb toen lang de aandrang gevoeld om opnieuw met Miet contact op te nemen. Miet is een tijd politiek zeer actief geweest rond Congo. Ze moest een rapport uitbrengen in de Senaat en oud-minister Luc D'Hoore en zijn vrouw Julie drongen eropaan dat ik ook zou komen. Na meer dan tien jaar hebben we elkaar dus teruggezien in de Senaat. We hebben telefoonnummers uitgewisseld, en nadien heb ik Miet opgebeld.'
Voor een romantisch etentje?
Smet: (kijkt vertederd) 'Dat gaan we niet zeggen hé, Wilfried?
Martens: 'Om elkaar terug te ontmoeten.'
Smet: 'En alles was snel weer hersteld, hé poes? Dat is echt vlug gegaan.'
In '99 zijn er tonnen inkt gevloeid toen Miet Smet, en niet Wilfried Martens, de Europese CVP-lijst mocht aanvoeren. Dat leek toch op een definitieve breuk?
Martens: 'Ik ben toen zeer scherp geweest, omdat ik het slachtoffer was van een CVP-clan. Maar ik heb Miet nooit persoonlijk bekritiseerd.'
Smet: 'Behalve dan toen je zei dat je niet op mij wilde stemmen!' (lacht)
Martens: 'Ik ga daar niet veel woorden meer aan vuilmaken: sommige partijgenoten waren er beducht voor dat ik na een mooi resultaat als Europees lijsttrekker naar de Belgische politiek zou terugkeren.'
U wilde niet de lijst trekken om Wilfried een loer te draaien uit boosheid voor zijn tweede huwelijk?
Smet: 'Neen, want ik had zelf aan de partij voorgesteld dat hij de eerste plaats zou krijgen. Ik vond dat die hem toekwam, als voorzitter van de Europese Volkspartij en als fractieleider in het Europees Parlement. Alleen omdat de partij me zei dat ze absoluut Wilfried niet als lijsttrekker wilden, heb ik die eerste plaats aanvaard. Ik dacht dat Wilfried de tweede plaats wel zou innemen, zodat hij misschien zelfs voorzitter van het Europees Parlement kon worden.'
Martens: 'Niet misschien. Zéker.'
Hebt u daar dan achteraf geen spijt van gehad? Voorzitter worden van het Europees Parlement: dat was toch de kers op de taart van uw carrière?
Martens: 'Neen, want zo kon ik me volledig aan het voorzitterschap van de EVP wijden, wat ik ook vandaag nog doe. Voor de publieke opinie is dat een minder belangrijke functie dan het voorzitterschap van het Europees Parlement, maar voor de geschiedenisboeken niet. Prestige telt voor mij niet.'
Op de dag van jullie huwelijk regende het ook reacties op het CD&V-partijcongres. Stefaan De Clerck vond dat jullie 'veertig jaar te laat' waren.
Smet: 'Dat had Stefaan De Clerck niet moeten zeggen. Dat is niet terecht. Natuurlijk, mocht ik Wilfried veertig jaar geleden in andere omstandigheden ontmoet hebben, wie weet? Maar dat is nu eenmaal niet zo.'
Jullie leerden elkaar kennen einde jaren zestig in het 'wonderbureau' van de CVP-jongeren, waar ook Jean-Luc Dehaene deel van uitmaakte. Hadden jullie meteen een goede band?
Smet: 'Een goede politieke band, maar nog niet persoonlijk. Ik had wel een grote waardering voor wat Wilfried toen als jongerenvoorzitter allemaal realiseerde. Ik herinner me nog dat we in '68 deelnamen aan de anti-atoommarsen in Brussel. Ik moest pamfletten uitdelen, Wilfried moest een speech geven.'
Martens: 'Ik was toen al gehuwd, veertig jaar geleden.'
En als u dat niet was geweest?
Martens: 'Dan was het misschien anders uitgedraaid.'
Oude liefde roest niet, krijgt u deze dagen tot in den treure te horen. En een vrouw kan lang wachten, zodra ze weet wie voor haar de ware is, zeggen relatiedeskundigen.
Smet: 'Ik had zeker nooit kunnen huwen als ik daar niet volledig achter stond. U mag dus alleen besluiten dat ik die persoon nooit eerder heb ontmoet. Met Wilfried is die band er nu wel. Dit is dus inderdaad een droom die uitkomt: een partner vinden met wie je je totaal kunt identificeren.'
Martens: 'Zij is voor mij een zielsverwant. Idem velle, idem nolle, luidt dat in het Latijn, hetzelfde willen en hetzelfde niet willen. Maar het is meer dan dat: het is het zich herkennen in de ander. In het Engels heet dat soulmate, maar dat is een gevaarlijke uitdrukking, want dat woord wordt ook gebruikt voor iets anders: voor minnaars. (lacht) Wij zijn ook minnaars nu, dat wel. En we koesteren een diepe zielsvriendschap. We waren al van bij het begin geestesverwanten, en nu zijn we zielsverwanten geworden.'
Smet: 'Ik voel me gelukkig, dat is de essentie. Voordien was ik zeker niet ongelukkig. Maar nu voel ik me completer, meer volkomen. En vooral: ik zie hem graag. Dat is toch formidabel op onze leeftijd!'
U bent altijd kinderloos gebleven: is u dat zwaar gevallen?
Smet: 'Eigenlijk niet. Alhoewel ik zeer graag kinderen zie. Ik ben in staat te houden van kinderen van iemand anders, van mijn broer en zussen. Ik heb zelf geen kinderen, maar heb daar geen verdriet over.'
En nu hebt u er meteen vijf.
Smet: 'Jamaar: Anne en Kris (Martens' kinderen uit zijn eerste huwelijk, respectievelijk 39 en 43, red.) zijn volwassen mensen hé. De drie andere kinderen (tweeling Sarah en Sofie zijn elf, en Simon is er acht, red.) heb ik nog niet ontmoet, maar ze zijn welkom. Ik kan niet met Wilfried trouwen zonder ook zijn situatie te erkennen, al zullen sommigen dat onnozel vinden. Wilfrieds kinderen zijn dus welkom. Ik zie me zeker met hen op vakantie trekken.'
Kunnen uw jongste drie kinderen uw nieuwe situatie aanvaarden?
Martens: 'Jaja. Ze weten vooral dat ik bij hen blijf. Dat is voor een kind voldoende. Ze zien er ook naar uit om Miet te ontmoeten. Dat zal ook gebeuren bij het eerste geschikte moment.'
Mevrouw Smet, u noemt uw echtgenoot een gevoelsmens. Zo kent het grote publiek hem toch niet?
Smet: 'En toch is het zo. Vele zaken raken hem sterk. Dan worden zijn ogen rood en wellen de tranen op. Dat gebeurt zelfs almaar vaker. Vroeger kon hij zijn gevoelens meer maskeren, zoals wel meer mannen.'
Martens: 'Ik weet dat ik plechtstatig overkom. Ik vertel in mijn functie inderdaad weinig hilarische zaken. Ik ben altijd al zeer sterk getroffen door het leed in de wereld. Dat was zo in '92, toen ik een van de eerste keren naar Afrika ging, en daar hongerende kinderen zag sterven in de armen van hun moeder. Toen kon ik mijn tranen niet bedwingen. Als ik aan de geschiedenis van de joden denk, maakt mij dat telkens weer emotioneel, ook al omdat de kinderen uit mijn tweede huwelijk voor een deel joods zijn (Martens' tweede vrouw Ilse Schouteden heeft een joodse moeder, red.).'
Waren er ook tranen op uw huwelijksdag?
Smet: 'Ja. Niet tijdens de plechtigheid, wel tijdens de speech die Wilfried gaf tijdens ons etentje. Mijn zussen en broer hebben het zeer gewaardeerd dat hij zo zijn emoties toonde.'
Martens: 'Dit is het eindpunt van een leven met veel emotionele breuken. Maar het is ook het begin van een nieuwe periode, zoals mijn kinderen uit mijn tweede huwelijk ook hebben verhinderd dat ik in een diepe depressie zonk. Ik heb toen een penibele periode meegemaakt. Kinderen zijn een hoopvol teken in je leven. Altijd. En zielsverwanten worden op onze leeftijd: dat is toch uitermate positief?'
Smet: 'Nu kunnen we mekaars leven delen. Ik vind dat de essentie van een huwelijk. Je hebt niet langer alleen je eigen leven, maar twee levens die met elkaar gedeeld worden.'
Uw vermeende relatie is decennialang al de sappigste roddel in de Wetstraat, dat weet u toch ook?
Martens: 'Jaja, dat weten wij wel. Maar politici hebben ook recht op privacy over hun persoonlijk leven. Daarover zal ik dus verder geen commentaar geven.'
Hebt u ooit last gehad van die roddels?
Smet: 'Mijn criterium was: hoe kan ik een politiek engagement uitbouwen, terwijl al die zaken de ronde doen? De graadmeter daarvoor waren de verkiezingen en mijn carrière. Dat viel wel mee. De bevolking trekt zelf wel haar conclusies, ook over al die andere politici. Want wij zijn zeker niet de enigen die door de mangel werden gehaald.'